de slak

de slak

zelfst.naamw. (m./v.)

Uitspraak:   [slɑk]
Verbuigingen:   slak|ken (meerv.)

glibberig diertje

Voorbeelden:   `naaktslak`,
`slakkenhuis`
zo traag als een slak  (heel erg langzaam)
op alle slakken zout leggen  (commentaar hebben op de kleinste details)

Sponsor

Sponsor

44 dagen, 11 uren, 24 minuten tot Corso 2021.